Geplaatst door: 
Verhaal

Glasplaten

Auteur: 
Henk Kolkman

De verhalen van de groep HEEMAF zijn bijna geheel gebaseerd op de fotocollectie van de N.V. Hengelosche Electrische en Mechanische Apparaten Fabriek (HEEMAF) van het Historisch Centrum Overijssel (HCO). Die fotocollectie bestaat grotendeels uit negatieven in de vorm van glasplaten. Niet alleen de afbeeldingen op de glasplaten zijn historisch, maar ook de glasplaten zelf. Daarom gaat dit verhaal over de glasplaten.

Inleiding

De HEEMAF had vanaf 1919 of eerder een fotograaf in dienst. In de loop der tijden waren dat verschillende fotografen.

De foto’s waren in de begintijd vooral van belang bij de reclame, zoals blijkt uit het feit dat de fotograaf onder de afdeling (In-  en) Verkoop viel. In latere jaren werden ook foto’s gemaakt bij belangrijke gebeurtenissen zoals jubilea en afscheid van personeelsleden. Ook werden glasplaten gebruikt om een kopie te maken van een belangrijke inkomende brief of van een tijdschriftartikel. Kopieerapparaten bestonden immers nog niet.

De negatieven werden – zoals indertijd gebruikelijk – gemaakt op glasplaten van ongeveer 1 mm dikte, waarop aan één zijde een gevoelige laag was aangebracht. Er zijn verschillende, sterk uiteenlopende formaten gebruikt:

  • 18 x 24 cm
  • 13 x 18 cm
  •   9 x 12 cm
  •   6 x   9 cm

De ontwikkelde glasplaten werden door HEEMAF bewaard in houten kistjes:

Nummers

Na het ontwikkelen werd in de gevoelige laag bij een rand een nummer gekrast. De fotograaf hield daar bij het fotograferen al rekening mee, zodat het nummer buiten de later te maken afdrukken viel. In de loop der tijden zijn verschillende nummersystemen toegepast, zoals stug doornummeren (1,2, 3, etc.), nummers beginnend met het jaar en de maand en dan een volgnummer en nummers voorafgegaan door een letter. De nummers werden buiten op de houten kistjes aangegeven. De kistjes werden bij het andere reclamemateriaal bewaard:


Glasplaten hebben als voordeel dat ze zeer maatvast zijn. Bij de HEEMAF zal dat niet belangrijk zijn geweest. Afgezien nog van de prijs zijn nadelen het gewicht en de ruimte die in beslag genomen wordt. Om een idee te geven: particulieren die zich een fototoestel en vakantie konden veroorloven, namen vaak 12 glasplaten op reis mee. Vanaf circa 1940 gebruikte HEEMAF ook wel vlakfilm. Verreweg de meeste negatieven betreffen echter glasplaten.

De bovenaan dit verhaal afgebeelde “Elektrisch bewogen Roobrug  in Rotterdam” is in 1915 op een glasplaat vast gelegd. De relatie met de HEEMAF was dat de brug geopend en gesloten werd met behulp van een HEEMAF elektromotor en schakelkast. Alle bij het HCO bewaarde HEEMAF negatieven (glasplaten en vlakfilm) zijn zwart-wit. Deze glasplaat is echter in de loop der tijden verkleurd. De kleuren lijken redelijk natuurgetrouw (vooral bij de gebouwen bij de rechterrand), maar bij nadere beschouwing valt het op dat werkelijk alle mannen in het zwart gekleed gaan.

Afdrukken

Na ontwikkeling van de glasplaten werden er afdrukken op fotografisch papier gemaakt. Eén afdruk was bestemd voor een album. De albums zijn naar onderwerp gerangschikt. De circa 100 albums worden bewaard en zijn op afspraak  in te zien bij het Techniekmuseum HEIM in Hengelo. Daarnaast zijn foto’s afgedrukt in HEEMAF jaarverslagen, in het tijdschrift voor relaties HEEMAF Post, etc. Zoals nog besproken zal worden, bewaart het Historisch Centrum Overijssel (HCO) in Zwolle de glasplaten. Een foto kan dus in principe  op minstens twee plaatsen gevonden worden: als glasplaat (negatief) bij het HCO, als afdruk bij het HEIM en soms in een publicatie. In het algemeen zal (een scan van) een glasplaat van betere kwaliteit zijn dan een (kleine) afdruk, maar in de loop der jaren zijn er glasplaten zoek of beschadigd geraakt of in kwaliteit achteruit gegaan. Het is daarom een gelukkige omstandigheid dat zowel de glasplaten als de afdrukken bewaard worden.

Behoud van glasplaten

Na de sluiting van de HEEMAF fabriek in Hengelo bleven de glasplaten verweesd in één van de gebouwen achter. Weer en wind en duiven hadden vrij spel. Na de ontdekking van de glasplaten door HEIM vrijwilligers zijn ze overgebracht naar het HCO in Zwolle. Daar is de vrijwilliger Jaap Tuik circa 15 jaar lang vele dagen per week vele dagen bezig geweest met het schoonmaken, het verantwoord verpakken (volgens een verpakkingsvoorschrift) en het beschrijven van de glasplaten. Dat gebeurde uiteraard in samenwerking met HCO medewerkers, met name Peter van der Most en Piet den Otter.

Het beschrijven

Bij het beschrijven van de glasplaten heeft HCO vrijwilliger Jaap Tuik onder andere gebruik gemaakt van:

  • de notitieboekjes van de verschillende HEEMAF fotografen;
  • de onderschriften in de fotoalbums in het HEIM;
  • aanvullende informatie. Zo is voor de naar Nederlands Indie geleverde HEEMAF geleverde producten steeds nagegaan wat de actuele schrijfwijze van de plaatsnamen is.

Jaap Tuik was opgeleid als elektromonteur en was bij de IJsselcentrale in Hengelo en later in Zwolle opgeklommen naar een belangrijke functie. Tijdens zijn werk bij de IJsselcentrale had hij veel HEEMAF apparatuur meegemaakt en zodoende bracht hij veel vakkennis in. Maar zijn kennis en inbreng waren veel breder. Zo schreef hij een boek over de eerste HEEMAF directeur: “Een bijzonder energiek ondernemer. Rento Wolter Hendrik Hofstede Crull (1863-1938): pionier van de elektriciteitsvoorziening in Nederland” (Walburg Pers, 2008). Ook heeft Jaap Tuik de inventarislijst gemaakt van het papieren HEEMAF archief bij het HCO.

Scannen

Begin 2017  was circa 10% van de negatieven gescand (om precies te zijn 2992 van de 26.089). Waarschijnlijk worden dat er nog meer, maar het scannen van alle glasplaten heeft weinig zin. De HEEMAF bedrijfsfotografen legden namelijk vooral HEEMAF producten vast. Dat betekent bijvoorbeeld dat er enkele honderden glasplaten van schakelkasten zijn. Daarvan zijn er enkele gescand om een idee van dat product te geven. De gemiddelde bezoeker van de HCO Beeldbank zal niet in elke schakelkast geïnteresseerd zijn. Een enkele keer bestaat er toch belangstelling voor een bepaalde schakelkast, bijvoorbeeld voor gebruik in een gedenkboek over een elektrische centrale. In zo’n geval kan de desbetreffende glasplaat alsnog gescand worden.

Bewerken

Sommige glasplaten zijn te licht of te donker. Ook de fotograaf speelde bij het afdrukken van zo’n glasplaat met de belichtingstijd. Het ligt daarom voor de hand om de helderheid en het contrast van een gescande glasplaat te optimaliseren. Ook kunnen de rafelige randen worden bijgesneden. Dat is weinig werk en de historische werkelijkheid wordt hiermee geen geweld aangedaan. Andere verbeteringen zijn vaak twijfelachtig en/of veel werk, zoals blijkt uit het volgende voorbeeld:

In bovenstaande foto is de linkerbovenhoek afgebroken. Men kan dit snel ondervangen door een stuk van de linkerkant af te snijden. Maar dan verdwijnen ook de telegraaflijnen terwijl die heel karakteristiek zijn voor een spoorlijn uit die tijd. Men kan ook de afgebroken hoek reconstrueren, maar dat kost veel tijd.

Ook zijn er (vooral rechtsboven) talloze zwarte plekjes. Dat is uitstekend te corrigeren door knippen (van een naburig plekje) en plakken, maar dat is veel werk. Bovendien moet er dan geraden worden hoe bijvoorbeeld de houten koeltoren in de rechter bovenhoek er precies heeft uitgezien en kan er fout geraden worden. Daarom wordt de beeldbewerking vrij minimaal gehouden. Iemand met belangstelling voor een bepaalde foto kan immers de foto naar eigen inzicht bewerken. Ook de foto’s voor de (beeld)verhalen in Mijn Stad Mijn Dorp zijn - indien nodig - verder bewerkt.

Reacties